Naar hoofdinhoud

Alternatieven

Lokale opwekking en opslag

Zonnepanelen op bestaande daken, kleine erfwindmolens en batterijopslag kunnen samen bijdragen aan een meer decentrale energievoorziening. Hoe groot die bijdrage in Ommen en Hardenberg werkelijk kan zijn, moet onafhankelijk worden onderzocht.

Wat wordt met dit alternatief bedoeld?

Deze mogelijkheid bestaat uit vier onderdelen die elkaar aanvullen:

  • zonnepanelen op bedrijfsdaken, staldaken, daken van maatschappelijke gebouwen en geschikte overkappingen;
  • kleine erfwindmolens met een mast- of ashoogte van maximaal 25 meter, waarbij de exacte definitie afhankelijk is van het toepasselijke beleid;
  • lokale batterijopslag voor tijdelijke opslag van elektriciteit;
  • slim energiemanagement: een systeem dat bepaalt wanneer elektriciteit wordt gebruikt, opgeslagen of aan het net geleverd.

Kleine erfwindmolens zijn niet vergelijkbaar met de voorgestelde turbines van 280 meter: het gaat om een andere schaal, een ander vermogen en een andere ruimtelijke uitstraling. Biogas behandelen wij als een afzonderlijk alternatief; in de praktijk kunnen deze technieken op een erf of bedrijventerrein wel gecombineerd worden.

Waarom deze combinatie?

  • zonnepanelen produceren vooral overdag en relatief veel in voorjaar en zomer;
  • kleine windmolens kunnen ook op andere momenten van het etmaal en het jaar produceren;
  • opslag kan kortdurende verschillen tussen productie en verbruik overbruggen;
  • slim energiemanagement kan het directe lokale gebruik vergroten;
  • pieken in invoeding of afname kunnen onder geschikte omstandigheden worden beperkt;
  • bestaande daken en erven kunnen worden benut, waardoor mogelijk minder nieuwe grootschalige ruimteclaims nodig zijn.

Wij stellen daarbij niet dat deze combinatie netcongestie oplost. Of en hoeveel ruimte op het net ontstaat, hangt af van de locatie, de aansluiting en de afspraken met de netbeheerder.

Kleine windturbines, zon op dak en batterijopslag

Zonnepanelen en kleine windturbines produceren op verschillende momenten. Zon levert vooral overdag en meer in voorjaar en zomer; wind kan juist op andere uren van het etmaal en vaker in herfst en winter produceren. Daardoor kan de combinatie de lokale productie beter over dag en jaar spreiden. Dat is complementariteit en geen garantie dat productie en verbruik op elk moment op elkaar aansluiten.

Wat is een kleine windturbine?

  • kleine windturbines worden doorgaans achter de meter aangesloten, net als zonnepanelen;
  • de opgewekte elektriciteit wordt bij voorkeur direct op het bedrijf of erf gebruikt;
  • een eventueel overschot wordt teruggeleverd, voor zover de aansluiting en de netcapaciteit dat toelaten;
  • de opbrengst hangt sterk af van windsnelheid, locatie, obstakels, ashoogte, rotordiameter en turbinetype.

Een hoogtemaat zegt zonder toelichting niets. Wij schrijven daarom nergens zomaar “een windturbine van 25 meter”, maar vermelden steeds of het om ashoogte, masthoogte, bouwhoogte of tiphoogte gaat. Een turbine met een ashoogte van 25 meter komt door de wieken op een aanmerkelijk hogere tiphoogte uit. Opbrengstgegevens van een turbine met 25 meter ashoogte gelden daarom niet voor een turbine met maximaal 25 meter totale tiphoogte.

Wat zeggen de bronnen?

Vergelijking van drie bronnen over kleine windturbines in combinatie met zon en opslag
BronOnderzochte situatieBelangrijkste uitkomstBelangrijkste beperking
RES Stedendriehoek (maart 2023)Regionale scenarioberekeningen voor kleine en middelgrote windturbines op agrarische erven in de Stedendriehoek, met ashoogtes van 15 tot 30 meter en gemeten praktijkwindsnelheden van circa 3,5 tot 4,7 m/s.Kleine windturbines zijn alleen in specifieke situaties economisch haalbaar: aansluiting op een bestaande kleinverbruikersaansluiting, grotendeels eigen gebruik en zonnepanelen op dezelfde aansluiting. Een batterij voor dagopslag verbeterde de economische haalbaarheid in de doorgerekende bedrijfssituaties niet.Scenarioberekeningen met de aannames en prijzen van de onderzoeksperiode, voor een ander windklimaat dan Ommen. Het rapport concludeert dat kleine en middelgrote turbines door hun productie en het grote benodigde aantal (meer dan 1.000 kleine turbines voor 0,11 TWh) niet geschikt waren om de regionale winddoelstelling 2030 te dragen.
Innovatieroadmap en potentieelstudie kleinschalige windturbines (24 april 2025)Innovatie- en potentieelstudie naar kleinschalige windturbines van circa 1 tot 40 kW. Voor de praktijkscenario’s zijn een melkveehouderij en een klein bedrijventerrein gemodelleerd met een combinatie van windenergie, zonnepanelen en batterijopslag.In de modelsituaties werd voor de melkveehouderij een zelfvoorzieningsgraad van 75% berekend en voor het kleine bedrijventerrein 63,3%. De combinatie van wind, zon en opslag kan de lokale energievraag beter over verschillende momenten verdelen.De studie onderzoekt turbines tot ongeveer 15 meter ashoogte. De uitkomsten zijn gebaseerd op twee modelsituaties en zijn niet rechtstreeks toepasbaar op Ommen, andere bedrijfsprofielen of erfmolens met 25 meter ashoogte. Kosten, lokale wind, obstakels, turbinetype, verbruiksprofiel en vergunningen blijven bepalend.
RVO — Kleine windmolens op eigen grond (gecontroleerd op 1 juni 2026)Officiële overheidsuitleg over kleine windmolens op een (agrarisch) bedrijfsterrein: masthoogte ongeveer 15 tot 30 meter, vermogen 15 tot 72 kilowatt.Kleine windmolens staan achter de meter; direct eigen verbruik is het meest voordelig. Zon en wind vullen elkaar aan over dag en jaar. Onder goede omstandigheden noemt RVO een terugverdientijd van 6 tot 10 jaar en een landelijke bandbreedte van 30.000 tot 185.000 kWh per jaar.Landelijke, indicatieve uitleg. De genoemde opbrengst- en terugverdienbandbreedtes zijn niet rechtstreeks toepasbaar op Ommen of op een nog onbekend turbinetype; netaansluiting, vergunning en een locatiespecifieke beoordeling blijven bepalend.

De RES Stedendriehoek liet in maart 2023 door Paul van Bree proces- en projectmanagement onderzoeken welke rol kleine en middelgrote windturbines konden spelen in de regionale opgave voor 2030. Het rapport rekende bedrijfssituaties door met ashoogtes van 15 tot 30 meter en concludeerde dat kleine turbines vooral kansrijk zijn bij grotendeels eigen gebruik in combinatie met zonnepanelen op dezelfde aansluiting, terwijl een kostbare verzwaring van de aansluiting de haalbaarheid juist verslechtert. Dit zijn regionale scenarioberekeningen met de uitgangspunten van die onderzoeksperiode en geen uitspraak over Ommen.

In deze Innovatieroadmap betekent kleinschalige wind een turbine met maximaal ongeveer 15 meter ashoogte. Dit rapport is daarom geen directe onderbouwing voor de opbrengst van erfmolens met 25 meter ashoogte of een totale tiphoogte van 25 meter. De genoemde 75% en 63,3% zijn berekende zelfvoorzieningsgraden van het totale lokale energiesysteem met wind, zon en opslag in twee modelsituaties, en dus geen gemeten opbrengstpercentage van de windturbine zelf.

Het rapport wijst daarnaast op relatief hoge elektriciteitskosten van kleine windturbines vergeleken met grote turbines of zon-PV, op onzekerheid over energieproductie, betrouwbaarheid en levensduur, op de invloed van gebouwen, bomen en andere obstakels op de lokale wind, op beperkte en niet altijd onafhankelijk gevalideerde prestatiegegevens van leveranciers, op verschillen in vergunningverlening en regelgeving, en op het belang van samenwerking tussen industrie, overheid en onderzoeksinstellingen.

De Innovatieroadmap laat zien dat een combinatie van kleine windturbines, zonnepanelen en opslag in gemodelleerde bedrijfssituaties een aanzienlijk deel van de lokale elektriciteitsvraag kan dekken. Daaruit volgt niet hoeveel energie deze combinatie in Ommen kan produceren. Daarvoor zijn lokale windgegevens, geschikte erven en daken, uurprofielen van verbruik, netaansluitingen, kosten en toegestane turbinehoogtes nodig.

Wanneer kan een batterij helpen?

  • lokaal opgewekte elektriciteit verschuiven naar een later gebruiksmoment;
  • het aandeel direct lokaal gebruikte energie vergroten;
  • afname- en terugleverpieken beperken;
  • productie en verbruik slimmer op elkaar afstemmen.

In de door de RES Stedendriehoek doorgerekende bedrijfssituaties verbeterde een batterij voor dagelijkse opslag de economische haalbaarheid niet. Dit is een scenario-uitkomst met de prijzen en aannames van die onderzoeksperiode en geen algemene conclusie voor iedere huidige of toekomstige batterijtoepassing. Een batterij lost netcongestie niet automatisch op, creëert geen transportcapaciteit, garandeert geen netaansluiting, is niet altijd financieel rendabel en kan langdurige perioden zonder voldoende zon en wind niet overbruggen. Zie ook Netcongestie.

Wat betekent dit voor Ommen?

  • Ommen heeft mogelijk geschikte agrarische erven, bedrijfsdaken en lokale elektriciteitsvraag; het aantal geschikte locaties is niet vastgesteld;
  • de windsnelheid op 15 tot 25 meter ashoogte moet locatiespecifiek worden onderzocht; erfbeplanting, gebouwen en andere obstakels kunnen de opbrengst sterk beïnvloeden;
  • netaansluitingen en de actuele situatie rond Ommen Dante MS00 vragen afzonderlijk onderzoek;
  • zon, erfwind en opslag kunnen mogelijk een deel van de lokale energiebehoefte invullen;
  • er is geen openbare lokale potentieelstudie waaruit blijkt hoeveel GWh deze combinatie in Ommen kan produceren, en het is niet aangetoond dat hiermee de volledige aanvullende opgave van circa 80 tot 81 GWh kan worden ingevuld.

Wij maken geen eigen omrekening naar een aantal kleine windturbines zolang lokale invoergegevens ontbreken. Kleine en grote turbines zijn ook niet op hoogte alleen te vergelijken: daarvoor zijn minimaal ashoogte en tiphoogte, vermogen, jaarproductie in kWh of GWh, het aantal benodigde installaties, direct eigen gebruik, aansluiting en netbelasting, ruimtegebruik, kosten en levensduur nodig. Zie ook Gemeente Ommen: huidige rol.

Wat moet voor Ommen worden onderzocht?

  • hoeveel geschikte agrarische erven zijn beschikbaar?
  • hoeveel geschikt dakoppervlak is beschikbaar voor zonnepanelen?
  • wat zijn de lokale windsnelheden op 15, 20 en 25 meter ashoogte?
  • welke turbinecategorieën passen binnen provinciaal en gemeentelijk beleid?
  • wat is het elektriciteitsverbruik per erf, bedrijf en seizoen?
  • hoe vullen zon en wind elkaar lokaal per uur en per seizoen aan?
  • welk deel kan direct worden gebruikt?
  • welke bestaande netaansluitingen zijn beschikbaar?
  • is energiedeling of samenwerking tussen meerdere erven mogelijk?
  • welke batterijcapaciteit en aansturing hebben aantoonbare meerwaarde?
  • wat zijn investering, exploitatie, levensduur en terugverdientijd?
  • hoeveel jaarlijkse productie in GWh is realistisch?
  • welk aandeel van de Ommense energieopgave kan daarmee worden ingevuld?

Welk deel van de energieopgave van Ommen kan aantoonbaar worden ingevuld met zon op bestaande daken, kleine windturbines op geschikte erven, direct lokaal energiegebruik en doelgerichte opslag? Deze vraag staat ook bij de openstaande vragen.

Vastgesteld

Feiten die rechtstreeks uit openbare en controleerbare bronnen volgen.

  • zon en wind kunnen elkaar in productieprofiel aanvullen;
  • kleine windturbines kunnen achter de meter worden aangesloten;
  • direct eigen gebruik is belangrijk voor de economische waarde;
  • een batterij is niet in iedere doorgerekende situatie financieel gunstig;
  • vergunning, netaansluiting en lokale omstandigheden blijven bepalend.

Openstaande vraag

Nog niet vastgesteld voor Ommen

Een relevante vraag waarop wij in de gecontroleerde openbare bronnen nog geen volledig antwoord hebben gevonden. Een openstaande vraag is geen beschuldiging.

  • aantal geschikte erven en daken;
  • toegestane en geschikte turbinehoogte;
  • lokale jaaropbrengst;
  • beschikbare aansluitcapaciteit;
  • optimale batterijcapaciteit;
  • totale productie in GWh;
  • kosten en doorlooptijd;
  • het deel van de gemeentelijke energieopgave dat hiermee kan worden ingevuld;
  • de duurzaam beschikbare hoeveelheid lokale mest- en reststromen;
  • de gekozen toepassing van biogas of groen gas;
  • de haalbare productie van gas, warmte en elektriciteit;
  • de rol van groen gas binnen een breder lokaal energiesysteem;
  • de invloed daarvan op de elektriciteits- en gasnetten;
  • de totale kosten en milieugevolgen over de keten.

Te volgen

Te onderzoeken

Punten die in de lopende procedure nog moeten blijken.

Een onafhankelijke lokale potentieel- en systeemberekening voor Ommen, gebaseerd op uurprofielen van productie en verbruik, lokale windgegevens, beschikbare daken, netaansluitingen en realistische kosten.

Een integrale lokale systeemanalyse waarin elektriciteit, warmte en gas afzonderlijk én in samenhang worden doorgerekend.

Groen gas als onderdeel van een lokaal energiesysteem

Een lokaal energiesysteem kan naast zonnepanelen, kleine windturbines en batterijen ook regelbare energie uit biogas of groen gas bevatten. Zon en wind leveren weersafhankelijke elektriciteit, terwijl biogas kan worden opgeslagen en op een gekozen moment kan worden benut voor gas, warmte of elektriciteit. Of dit voor Ommen duurzaam en haalbaar is, hangt onder meer af van beschikbare mest- en reststromen, methaanverliezen, transport, digestaatverwerking, stikstofeffecten, kosten en de gekozen toepassing.

Zon en wind produceren afhankelijk van het weer. Een batterij kan productie en gebruik vooral binnen relatief korte perioden verschuiven. Biogas of groen gas is een chemische energiedrager en kan daardoor worden opgeslagen en regelbaarder worden ingezet. Wij noemen hier bewust geen precieze opslagduur van batterijen of gas: die hangt af van techniek, omvang en toepassing, en daarvoor ontbreekt een lokale, controleerbare onderbouwing.

De mogelijke toepassing kan verschillen: invoeding als groen gas in het gasnet, warmteproductie, procesenergie op een bedrijf of elektriciteitsproductie. Omzetting van biogas naar elektriciteit gaat gepaard met omzettingsverliezen. Welke toepassing het beste past, hangt daarom af van de plaatselijke behoefte aan gas, warmte en elektriciteit.

Bouwstenen van een lokaal energiesysteem en hun mogelijke functie
BouwsteenLevert hoofdzakelijkMogelijke functie
ZonnepanelenElektriciteitProductie vooral overdag en meer in voorjaar en zomer
Kleine windturbinesElektriciteitAanvullende productie op andere uren en in andere seizoenen
BatterijOpgeslagen elektriciteitKortdurend verschuiven van productie en gebruik en beperken van pieken
Biogas of groen gasGas, warmte of na omzetting elektriciteitOpslagbare en regelbaarder inzetbare energie
Slimme aansturingGeen eigen energieproductieVraag, productie en opslag beter op elkaar afstemmen

Elektriciteit, warmte en gas kunnen niet zonder omzetting of systeemgrenzen bij elkaar worden opgeteld. De aanvullende opgave rond Windpark Ondersloot wordt uitgedrukt in GWh elektriciteit. Groen gas kan onderdeel zijn van de lokale energiemix, maar is daarom niet automatisch een één-op-één vervanging van 80–81 GWh windelektriciteit.

Voor Ommen is nog niet vastgesteld welke hoeveelheid geschikte mest- en reststromen duurzaam beschikbaar is, welke installaties en toepassingen ruimtelijk en juridisch mogelijk zijn en hoe groen gas kan samenwerken met lokale elektriciteitsopwekking en het bestaande gas- en elektriciteitsnet. Daarvoor is een lokale systeemanalyse nodig.

  • Welke mest- en reststromen zijn in Ommen duurzaam en langdurig beschikbaar?
  • Welke toepassing van biogas of groen gas sluit het beste aan op de lokale behoefte aan gas, warmte en elektriciteit?
  • Wat zijn de methaanverliezen en emissies over de volledige lokale keten?
  • Welke gevolgen ontstaan voor transport, digestaat, stikstof en leefomgeving?
  • Kan regelbare energie uit groen gas aantoonbaar helpen om lokale zon- en windproductie aan te vullen?
  • Welke combinatie geeft de beste verhouding tussen energieproductie, leveringszekerheid, kosten, netbelasting en gevolgen voor de omgeving?

Welke combinatie van zon op dak, kleine windturbines, batterijopslag, flexibel energiegebruik en duurzaam geproduceerd groen gas levert voor Ommen de beste balans op tussen energieproductie, leveringszekerheid, kosten, netbelasting en gevolgen voor de leefomgeving?

Lees meer over de mogelijkheden en beperkingen van biogas en groen gas.

Mogelijke toepassing in Ommen en Hardenberg

In een landelijk gebied als dit zijn er veel plekken waar opwekking op bestaande bebouwing denkbaar is:

  • agrarische erven;
  • stallen en schuren;
  • bedrijfsdaken op bedrijventerreinen;
  • maatschappelijke gebouwen zoals scholen, sporthallen en dorpshuizen;
  • parkeerterreinen met zonneoverkappingen;
  • andere bestaande bebouwing.

Wij noemen bewust geen aantallen, vermogens of opbrengsten voor dit gebied: daarvoor is geen controleerbare, openbare bron beschikbaar. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland biedt wel algemene, niet-commerciële informatie over zonnestroom op daken.

Kleine erfwindmolens

Bij kleine windmolens is de hoogtemaat bepalend en wordt die maat niet overal hetzelfde gebruikt:

  • masthoogte: de hoogte van de mast zelf;
  • ashoogte: de hoogte van het middelpunt van de rotor;
  • tiphoogte: de hoogte van het hoogste punt van een wiek.

Een norm als “maximaal 25 meter” moet daarom juridisch en technisch nauwkeurig worden omschreven. Regelgeving kan een maximale as- of masthoogte bedoelen, waardoor de tiphoogte in werkelijkheid hoger uitkomt. Ook bij kleine windmolens moeten vergunningen, afstand tot woningen, geluid, slagschaduw, natuur en landschappelijke inpassing worden onderzocht. De opbrengst hangt af van de locatie, de windsnelheid, de masthoogte, de turbinekeuze en omliggende obstakels zoals bomen en gebouwen.

Wij gebruiken hier bewust geen kwalificaties als “geluidloos”, “overlastvrij” of “landschappelijk onzichtbaar”: die zijn niet onderbouwd.

Kleine windmolens op eigen grond — Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) (opent in een nieuw tabblad)

RVO beschrijft kleine windmolens op een (agrarisch) bedrijfsterrein met een masthoogte van ongeveer 15 tot 30 meter en een vermogen van 15 tot 72 kilowatt, en gaat in op opbrengst, netaansluiting en de geldende regels. Een eerder gebruikte pagina van Wageningen University & Research over kleine windturbines is niet meer bereikbaar en is daarom vervangen door deze actuele overheidsbron.

Zonnepanelen

Het uitgangspunt is opwekking op bestaande daken en overkappingen. Daarbij spelen onder meer de draagkracht en geschiktheid van het dak, brandveiligheid en verzekerbaarheid, de beschikbare netaansluiting, de mate van direct lokaal verbruik, de seizoensverschillen in opbrengst en het onderhoud en de levensduur van de installatie.

Grootschalige zonnevelden op landbouwgrond zijn iets anders dan zon op bestaande gebouwen. Wij rekenen zonnevelden daarom niet vanzelfsprekend tot dit alternatief; die vragen een eigen ruimtelijke afweging.

Batterijopslag

  • een batterij verschuift energie in de tijd, maar produceert zelf geen energie;
  • opslag kan vooral verschillen binnen enkele uren of binnen een etmaal overbruggen;
  • langdurige seizoensopslag is een ander, nog grotendeels onopgelost vraagstuk;
  • capaciteit (kWh, hoeveel energie) en vermogen (kW, hoe snel laden of ontladen) zijn verschillende begrippen;
  • brandveiligheid, locatie, verzekering, netaansluiting en kosten moeten per situatie worden onderzocht;
  • een batterij zonder passende aansturing kan netcongestie ook verergeren, bijvoorbeeld als alle batterijen op hetzelfde moment laden.

Batterijopslag komt op onze site twee keer voor, vanuit een ander perspectief: hier als onderdeel van een lokaal energiesysteem, en op de pagina Netcapaciteit en flexibiliteit als middel voor flexibiliteit en het verschuiven van pieken.

Batterijen en energieopslagsystemen — Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) (opent in een nieuw tabblad)

Het NIPV, het kennisinstituut van de brandweer en veiligheidsregio’s, beschrijft de veiligheidsaspecten van lithium-ionbatterijen en energieopslagsystemen, waaronder de moeilijke bestrijding van batterijbranden.

Energietransitie en veiligheid — Brandweer Nederland (opent in een nieuw tabblad)

Brandweer Nederland beschrijft hoe zij naar veiligheidsvraagstukken in de energietransitie kijkt, waaronder opslag van energie.

Netcapaciteit en flexibiliteit — Netbeheer Nederland (opent in een nieuw tabblad)

Themapagina van de gezamenlijke netbeheerders over netcongestie, congestiemanagement, flexibel netgebruik en energiehubs.

Welke regionale potentie moet worden onderzocht?

  • beschikbaar en constructief geschikt dakoppervlak;
  • huidig en verwacht toekomstig elektriciteitsverbruik;
  • aantal geschikte erven en locaties;
  • wettelijke mogelijkheden voor erfwindmolens met een mast- of ashoogte van maximaal 25 meter, waarbij de exacte definitie afhankelijk is van het toepasselijke beleid;
  • lokale windsnelheden en realistische jaaropbrengsten;
  • mogelijkheden en beperkingen van het elektriciteitsnet ter plaatse;
  • benodigde batterijcapaciteit en batterijvermogen;
  • investeringskosten, onderhoud en levensduur;
  • gevolgen voor landschap, geluid, slagschaduw, natuur en veiligheid;
  • haalbare gezamenlijke jaarlijkse productie;
  • de verhouding tot de verwachte productie van Windpark Ondersloot;
  • mogelijkheden voor lokaal eigendom en deelname van inwoners en ondernemers.

Zonder deze gegevens kan niet betrouwbaar worden vastgesteld welk deel van de regionale energieopgave met deze combinatie kan worden ingevuld.

Evenwichtige conclusie

Lokale opwekking en opslag is technisch beschikbaar, schaalbaar en op veel plaatsen relatief snel toepasbaar. De combinatie kan bestaande daken en erven beter benutten en lokaal energiegebruik vergroten. Tegelijkertijd zijn zon en wind weersafhankelijk, is batterijopslag beperkt in duur en verschilt de haalbaarheid sterk per locatie. Een onafhankelijke regionale potentieanalyse is daarom nodig voordat deze mogelijkheid als gedeeltelijke of volledige vervanging van grootschalige windenergie kan worden beoordeeld.

Gerelateerde artikelen

Journalistieke berichtgeving als context. Deze artikelen vervangen de primaire bronnen en besluiten op deze pagina niet.

  • Energie op boerenerf: van bijverdienste naar business (opent in een nieuw tabblad)

    Boerenbusiness · 13 april 2026 · Analyse Secundaire bron

    Journalistieke sectorverkenning over de veranderende rol van energieproductie op agrarische bedrijven. Het artikel bespreekt combinaties van zonnepanelen, windturbines, biogasinstallaties, batterijen en slimme energiesturing, evenals mogelijke verdienmodellen rond opslag en flexibiliteit.

    Actuele achtergrond over combinaties van energieopwekking, opslag en flexibiliteit op het boerenerf.

    Brede journalistieke sectorverkenning, geen onafhankelijk onderzoeksrapport en geen uitgewerkt praktijkonderzoek voor Ommen. Marktverwachtingen, rendementsverwachtingen en uitspraken over mestbeleid, groen gas, RENURE of subsidies mogen niet zonder afzonderlijke controle aan officiële bronnen als vastgesteld feit in de dossierpagina worden overgenomen.

  • Video | Melkveebedrijf draait op biogas van monovergister (opent in een nieuw tabblad)

    Boerderij · 3 februari 2022 · Video Secundaire bron

    Praktijkvoorbeeld van melkveehouder Sander Bouma, die biogas uit een monovergister gebruikt voor warmte op het bedrijf en daarnaast beschikt over een windturbine en zonnepanelen. Het artikel laat zien hoe verschillende lokale energiebronnen op één agrarisch bedrijf kunnen worden gecombineerd.

    Concreet praktijkvoorbeeld van wind, zon en biogas op één agrarisch bedrijf.

    Journalistieke praktijkbeschrijving uit 2022. Het artikel bevat geen onafhankelijke vergelijking van kosten, energieopbrengst, emissies en bedrijfszekerheid. Er wordt geen batterijopslag beschreven en uit deze bedrijfssituatie volgt niet dat dezelfde combinatie in Ommen technisch, financieel of ruimtelijk haalbaar is.

Bekijk alle artikelen over dit onderwerp

Bronnen en documenten

  1. Hanzehogeschool en TNO, in opdracht van TKI Urban Energy en RVO

    Innovatieroadmap en potentieelstudie kleinschalige windturbines

    24 april 2025 · onderzoek in opdracht

    Innovatie- en potentieelstudie met modelberekeningen, geen peer-reviewed onderzoek en geen praktijkmeting. De studie onderzoekt turbines tot ongeveer 15 meter ashoogte; de berekende zelfvoorzieningsgraden van 75% en 63,3% gelden voor twee modelsituaties en zijn niet rechtstreeks toepasbaar op Ommen of op erfmolens met 25 meter ashoogte.

    PDF openen (opent in een nieuw tabblad)Oorspronkelijke vindplaats bij Topsector Energie (doorverwijzing) (opent in een nieuw tabblad)

  2. Paul van Bree proces en projectmanagement, in opdracht van RES Stedendriehoek

    Onderzoek naar de mogelijkheden van kleine en middelgrote windturbines voor de RES Stedendriehoek opgave 2030

    2023-03 · onderzoek in opdracht

    Regionale scenarioberekeningen voor het windklimaat van de Stedendriehoek met de prijzen en aannames van 2023. Geen peer-reviewed onderzoek en geen uitspraak over Ommen.

    PDF openen (opent in een nieuw tabblad)

  3. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

    Kleine windmolens op eigen grond

    1 juni 2026 · officiële toelichting

    Landelijke, indicatieve uitleg over masthoogte, vermogen, opbrengst en terugverdientijd; geen locatiespecifieke beoordeling voor Ommen of voor een concreet turbinetype.

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

  4. nipv.nl

    Batterijen en energieopslagsystemen — Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)

    officiële toelichting

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

  5. brandweernederland.nl

    Energietransitie en veiligheid — Brandweer Nederland

    officiële toelichting

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

  6. rvo.nl

    Zonne-energie: informatie over zon op dak — Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

    officiële toelichting

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

  7. Netbeheer Nederland

    Netcapaciteit en flexibiliteit — informatie van de gezamenlijke netbeheerders

    bron van betrokken organisatie

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

Bekijk ook de rubrieken Rijksoverheid en officiële instanties en Sector- en belanghebbende bronnen in het volledige bronnenregister. De bronnen van deze pagina staan in meerdere rubrieken.

Gedeeltelijk inhoudelijk gecontroleerd op 11 augustus 2026 · volledige pagina nog niet opnieuw gecontroleerd