Naar hoofdinhoud

Uitgelicht lokaal concept

Integrale erfenergie: opwekken, opslaan en gebruiken op het boerenbedrijf

Integrale erfenergie combineert verschillende technieken op één agrarisch erf of binnen een groep nabijgelegen erven. Het doel is productie, opslag en energiegebruik beter op elkaar af te stemmen en zoveel mogelijk lokaal te benutten.

Openstaande vraag

Status: onderzoeksrichting

Een relevante vraag waarop wij in de gecontroleerde openbare bronnen nog geen volledig antwoord hebben gevonden. Een openstaande vraag is geen beschuldiging.

Integrale erfenergie is een onderzoeksrichting. Het is niet vastgesteld dat deze combinatie technisch, financieel of ruimtelijk haalbaar is op ieder erf. Ook is niet bewezen dat zij Windpark Ondersloot 3 volledig kan vervangen. Daarvoor is een onafhankelijke lokale potentieanalyse nodig.

Wat bedoelen wij met integrale erfenergie?

Integrale erfenergie is een werkconcept van Stichting Leefbaar Stegerveld voor een samenhangende lokale energievoorziening op en rond agrarische erven. Het is geen afzonderlijke energiebron, maar een manier om bestaande technieken in samenhang te bekijken: productie, opslag, slimme aansturing en lokaal gebruik. De afzonderlijke technieken worden elders op deze website uitgebreid beschreven; deze pagina laat zien hoe ze samenhangen.

De bouwstenen

Biogas en groen gas uit mest

  • mest en geschikte lokale reststromen als mogelijke grondstof;
  • productie van biogas en, na opwerking, groen gas;
  • mogelijk gebruik voor gas, warmte of elektriciteit;
  • regelbaarder en beter opslagbaar dan zon- en windenergie;
  • effecten op emissies, geur, verkeer, digestaat, veiligheid en leefomgeving moeten per installatie en keten worden onderzocht.

Meer over biogas en groen gas

Zonnepanelen op staldaken

  • gebruik van bestaande daken en overkappingen;
  • productie vooral overdag en meer in voorjaar en zomer;
  • geschiktheid en draagkracht van daken, brandveiligheid, verzekering en aansluiting blijven randvoorwaarden.

Meer over zon op bestaande daken

Kleine erfwindturbines

  • productie op andere uren en in andere seizoenen dan zonnepanelen;
  • masthoogte, ashoogte en tiphoogte zijn verschillende begrippen;
  • een kleine erfwindturbine is niet op basis van hoogte alleen te vergelijken met turbines van 280 meter;
  • lokale wind, obstakels, vergunningen, geluid, slagschaduw, natuur en landschap moeten worden onderzocht.

Meer over kleine windturbines

Batterijopslag

  • produceert zelf geen energie;
  • kan productie en gebruik binnen uren of een etmaal verschuiven;
  • kan pieken beperken bij goede aansturing;
  • lost netcongestie niet automatisch op;
  • veiligheid, verzekering, capaciteit, vermogen, kosten en levensduur moeten worden onderzocht.

Meer over opslag en energiehubs

Slim energiemanagement en direct gebruik

  • stuurt productie, opslag, machines, laden en energiegebruik;
  • direct gebruik achter de meter kan de afhankelijkheid van transport over het openbare net beperken;
  • dit creëert niet automatisch extra transportcapaciteit.

Samenwerking en energie-uitwisseling

  • mogelijke samenwerking tussen erven, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen;
  • afspraken, contracten, aansluitingen, aansprakelijkheid en medewerking van de netbeheerder zijn noodzakelijk.

Energie delen, opslag en energiehubs

Hoe vullen de technieken elkaar aan?

Zon, wind en biogas produceren energie op verschillende momenten en hebben verschillende functies. Zon levert vooral overdag en in de zomer, een kleine windturbine vaak op andere uren en in andere seizoenen. Biogas kan worden opgeslagen en op een gekozen moment worden ingezet. Een batterij verschuift elektriciteit over korte perioden en slimme aansturing stemt verbruik af op productie. Door productie, opslag en gebruik gezamenlijk te onderzoeken, ontstaat een completer beeld dan wanneer iedere techniek uitsluitend afzonderlijk wordt beoordeeld.

Mogelijke toepassing op één agrarisch erf

Schema integrale erfenergie op één agrarisch erfEen stal met zonnepanelen en een kleine erfwindturbine leveren elektriciteit. Mest gaat naar een vergistingsinstallatie die biogas of groen gas maakt voor gas, warmte of elektriciteit. In het midden verbindt slimme aansturing de productie met een batterij en met het gebruik in de bedrijfswoning, machines en laadvoorziening. Een stippellijn toont een mogelijke verbinding met een nabijgelegen erf of bedrijf.Stal metzonnepanelenKleineerfwindturbineMestVergisterbiogas / groen gasgas, warmte, stroomSlimme aansturingBatterijWoning, machinesen ladenNabijgelegen erfof bedrijf
Vereenvoudigd schema, niet op schaal. De kleine erfwindturbine is iets wezenlijk anders dan een grootschalige windturbine.

Het schema in woorden:

  • mest → vergisting → biogas of groen gas → gas, warmte of elektriciteit;
  • zonnepanelen en een kleine erfwindturbine → elektriciteit;
  • elektriciteit → direct gebruik, batterij of slim laden;
  • overschot → delen of leveren, voor zover aansluiting, regelgeving en netcapaciteit dit toelaten.

Niet ieder erf heeft alle bouwstenen nodig of kan ze allemaal inpassen. Welke combinatie past, hangt af van het bedrijf, het verbruik, de ligging en de omgeving. Warmte-koudeopslag (WKO) is een afzonderlijk alternatief en hoort niet standaard bij ieder erf; zie WKO en bodemenergie.

Samenwerking tussen meerdere erven en bedrijven

Nabijgelegen erven en bedrijven kunnen elkaar mogelijk aanvullen: het ene bedrijf heeft mest of dakoppervlak, het andere een groter of regelmatiger verbruik. Gezamenlijke vergisting, het delen van een aansluiting of een lokale energiehub zijn denkbare vormen. Daarvoor zijn afspraken, contracten, passende aansluitingen en de medewerking van de netbeheerder nodig. Of en hoe energie-uitwisseling juridisch mogelijk is, verschilt per situatie.

Mogelijke voordelen

Deze voordelen zijn mogelijk, niet vastgesteld:

  • benutting van lokale reststromen;
  • gebruik van bestaande daken en erven;
  • spreiding van productie over verschillende momenten;
  • vergroting van direct lokaal energiegebruik;
  • mogelijke aanvullende inkomsten voor agrarische bedrijven;
  • mogelijk minder afhankelijkheid van één techniek;
  • mogelijk lokaal economisch voordeel.

Randvoorwaarden en beperkingen

  • niet ieder erf is geschikt;
  • beschikbaarheid en duurzaamheid van grondstoffen;
  • netaansluiting en transportcapaciteit;
  • investering, exploitatie, onderhoud en verzekering;
  • juridische mogelijkheden voor energie-uitwisseling;
  • effecten op stikstof, ammoniak, methaan en broeikasgasemissies hangen af van de volledige keten en mogen niet algemeen worden verondersteld.

Landelijke regels kunnen de randvoorwaarden veranderen. Zo nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas op 6 oktober 2026 aan. De Eerste Kamer moet het nog behandelen. De wet is daarom nog niet in werking (stand van zaken, gecontroleerd op 10 oktober 2026). Zie de stand van zaken op de pagina Biogas en groen gas.

Vergunningen, veiligheid en leefomgeving

Iedere bouwsteen vraagt een eigen beoordeling: vergunningen en ruimtelijke inpassing, geur en verkeer bij vergisting, geluid en slagschaduw bij een kleine windturbine, brandveiligheid bij zonnepanelen en batterijen, en gevolgen voor natuur en landschap. Een combinatie op één erf kan die effecten ook bij elkaar brengen. Daarom moet niet alleen iedere techniek, maar ook de combinatie worden beoordeeld.

Openstaande vraag

Wat moet in Ommen en Hardenberg worden onderzocht?

Een relevante vraag waarop wij in de gecontroleerde openbare bronnen nog geen volledig antwoord hebben gevonden. Een openstaande vraag is geen beschuldiging.

  • Hoeveel agrarische erven zijn technisch en ruimtelijk geschikt?
  • Welke mest- en reststromen zijn duurzaam en lokaal beschikbaar?
  • Welke bestaande daken zijn geschikt voor zonnepanelen?
  • Welke erven beschikken over voldoende lokale wind voor een kleine turbine?
  • Welke combinaties passen bij het energieverbruik per erf en per seizoen?
  • Welk deel van de energie kan direct lokaal worden gebruikt?
  • Welke opslagcapaciteit en slimme aansturing hebben aantoonbare meerwaarde?
  • Welke aansluitingen en transportmogelijkheden zijn beschikbaar?
  • Welke milieugevolgen en veiligheidsrisico’s ontstaan per combinatie?
  • Welke investeringen, exploitatiekosten en verdienmodellen zijn realistisch?
  • Welke rol kunnen gemeenten, netbeheerder, agrariërs en lokale samenwerkingsverbanden vervullen?
  • Wat is de gezamenlijke lokale potentie in energie-eenheden, zonder elektriciteit, gas, warmte, besparing en opslag onjuist bij elkaar op te tellen?

Deze vragen staan ook bij de openstaande vragen.

Betekenis voor gemeentelijk energiebeleid

Gemeenten kunnen integrale erfenergie niet zelf realiseren, maar wel ruimte bieden of juist beperken via het omgevingsplan, vergunningverlening, een gemeentelijk energieplan en afspraken met de netbeheerder. Een onafhankelijke potentieanalyse kan laten zien welke combinaties lokaal kansrijk zijn en welke niet. Wij stellen voor dat Ommen en Hardenberg zo’n analyse laten uitvoeren; zie Gemeente Ommen nu en Gemeente Hardenberg. Dit is een voorstel van onze stichting, geen bestaand gemeentelijk beleid.

Wat betekent dit voor Windpark Ondersloot 3?

Integrale erfenergie is inhoudelijk niet rechtstreeks gelijk aan grootschalige windenergie. Elektriciteit, gas, warmte, besparing en opslag hebben verschillende functies en kunnen niet zonder omrekening tegen elkaar worden weggestreept. Een eventuele wijziging van de windopgave vraagt bovendien een expliciete beleidskeuze van gemeente en/of provincie. Wij vragen daarom om een onafhankelijke vergelijking van productie, leveringsprofiel, kosten, ruimtegebruik, milieugevolgen, neteffecten en lokale baten.

Ons standpunt

Ons standpunt

Het standpunt van Stichting Leefbaar Stegerveld. Dit is onze opvatting en geen vastgesteld feit.

Wij vinden dat Ommen en Hardenberg niet uitsluitend afzonderlijke technieken moeten beoordelen. Laat onafhankelijk onderzoeken wat een combinatie van biogas, zonnedaken, kleine erfwindturbines, opslag, slimme aansturing en lokaal gebruik op agrarische erven kan betekenen voor energievoorziening, landbouw, leefomgeving en lokale economie.

Onderzoek eerst wat onze eigen omgeving duurzaam kan produceren, besparen, opslaan en gebruiken.

Bronnen en documenten

  1. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

    Kleine windmolens op eigen grond

    1 juni 2026 · officiële toelichting

    Landelijke, indicatieve uitleg over masthoogte, vermogen, opbrengst en terugverdientijd; geen locatiespecifieke beoordeling voor Ommen of voor een concreet turbinetype.

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

  2. nipv.nl

    Batterijen en energieopslagsystemen — Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)

    officiële toelichting

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

  3. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

    Monomestvergisten

    officiële toelichting

    Algemene uitleg over techniek en randvoorwaarden; geen projectspecifieke beoordeling voor Ommen.

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

  4. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

    Samenwerken in energiehubs — Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

    officiële toelichting

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

  5. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

    Vergunningen voor installaties voor groen gas

    officiële toelichting

    Beschrijft welke vergunningen en meldingen aan de orde zijn; geen oordeel over vergunbaarheid van een concreet initiatief.

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

  6. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

    Zonne-energie: informatie over zon op dak — Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

    officiële toelichting

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

  7. Netbeheer Nederland

    Netcapaciteit en flexibiliteit — informatie van de gezamenlijke netbeheerders

    bron van betrokken organisatie

    Bron openen (opent in een nieuw tabblad)

Bekijk ook de rubrieken Rijksoverheid en officiële instanties en Sector- en belanghebbende bronnen in het volledige bronnenregister. De bronnen van deze pagina staan in meerdere rubrieken.